De transparantierichtlijn van de Europese Unie die grote bedrijven vanaf 2018 verplicht hun duurzaamheidsprestaties op te nemen in hun jaarverslag moet voor meer organisaties gaan gelden. Bovendien is extra beleid nodig om de richtlijn goed te laten werken. Dat concludeert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in een afgelopen week gepubliceerd onderzoek over deze transparantieverplichting. Op deze manier wordt duurzame bedrijfsvoering gestimuleerd. Er mist echter nog een cruciaal accent in de nieuwe transparantierichtlijn.

De doelen van de transparantierichtlijn

Grote organisaties in Nederland zijn in hun jaarverslagen al een aantal jaren actief met het rapporteren over maatschappelijke en ecologische onderwerpen. Met de transparantierichtlijn wordt dit nu verplicht. Deze verplichting geldt voor bedrijven met meer dan 500 medewerkers en 40 miljoen euro omzet per jaar. De transparantierichtlijn heeft twee doelen. De niet-financiële informatie beter vergelijkbaar maken. En duurzaam ondernemen stimuleren.

Harmonisatie in beleid en regelgeving

Voor dat eerste doel vindt het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) het belangrijk dat de kwaliteit verbetert van de informatie die in jaarverslagen wordt gepubliceerd. Ook stelt het PBL dat het noodzakelijk is dat het aantal bedrijven toeneemt dat over dit soort onderwerpen rapporteert. Bovendien moet volgens het PBL ‘harmonisatie in beleid en regelgeving’ zorgen voor meer samenhang in de duurzaamheidsonderwerpen. Er zijn verschillende standaarden en richtlijnen voor, zoals de Transparantiebenchmark. Die kunnen hiervoor prima worden ingezet, maar ‘tegelijkertijd is het noodzakelijk om naar standaardisatie en uniformiteit te werken’, zo is in het onderzoek te lezen.

Rapporteren in bestuursverslag

De niet-financiële informatie van een organisatie zou dus uniform en gestandaardiseerd in het bestuursverslag moeten worden opgenomen. Dit bestuursverslag wordt besproken door de bestuurders van de organisatie waardoor niet-financiële risico’s en prestaties onderwerp van gesprek worden. En zodoende leiden tot nieuwe inzichten die bijdragen aan strategische besluitvorming voor duurzaamheid. Op deze manier wordt duurzaam ondernemen gestimuleerd.

Het missende element: stakeholderbetrokkenheid

De Transparantierichtlijn in deze huidige vorm zal echter naar verwachting nog maar weinig bijdragen aan de ontwikkeling van MVO. Er mist namelijk een cruciaal element: het stimuleren van de directe invloed van externe stakeholders op het duurzame beleid. Zoals ook het PBL constateert in het onderzoek: er zijn nog weinig middelen voor burgers, NGO’s en consumenten om direct invloed uit te oefenen. Anders dan bijvoorbeeld aandeelhouders, via een wettelijke aandeelhoudersvergadering.

Terwijl die stakeholderbetrokkenheid de duurzame bedrijfsvoering wel degelijk verder zou kunnen brengen. Beïnvloeding door diverse belanghebbenden is de kern van het ontwikkelproces voor MVO. Die invloed komt tot uiting in wijzigingen in strategie- en bedrijfsvoering door externe druk vanuit stakeholders na het lezen van gepubliceerde niet-financiële informatie. Maar ook al tijdens het opstellen van het jaarverslag, omdat het bedrijven dwingt om op een andere manier naar hun activiteiten te kijken.

Meer accent op stakeholders gewenst

De focus op standaardisatie en verbreding zou daarom beter kunnen verschuiven naar meer betrokkenheid van stakeholders bij het duurzame beleid van organisaties. Dat past ook beter bij de achterliggende filosofie dat bedrijven onder druk van de samenleving hun gedrag veranderen. Zodat de overheid op een indirecte manier haar publieke doelen realiseert. En wat voor de overheid indirect blijft, wordt voor bedrijven dan direct: een goed gesprek met haar stakeholders.

Zo’n stakeholderdialoog gaat goed samen met de openbare verslaggeving van niet-financiële informatie. Het verslaggevingsproces is een ideaal moment om diverse stakeholders te benaderen. Dan kunnen bedrijven openlijk rapporteren dat en hoe zij stakeholders betrekken, welke invloed dit heeft, welke veranderende maatregelen ze treffen en wat de effecten daarvan zijn op hun duurzaamheidsstrategie, -risico’s en -prestaties. Stakeholderbetrokkenheid is daarom een verrijking voor de transparantierichtlijn zoals deze er nu ligt.