Voor Diederik Samsom is het de rust van de wedstrijd. De voorzitter van de klimaattafel Gebouwde Omgeving maakte deze zomer de uitkomsten van zijn tafel bekend. Nu is het afwachten wat het kabinet en het planbureau vinden van de voorgestelde maatregelen om de CO2-uitstoot van gebouwen in Nederland te verminderen. Daarna kan Samsom weer verder. Wat vond hij van het onderhandelingsproces tot nu toe? “Ik ben nog nooit zo ruim voor de deadline klaar geweest.” En hoe ziet hij het vervolg? “Tot het einde van dit jaar ben ik besteld. Dan moet er een definitief klimaatakkoord liggen.”

 

Het gesprek met Diederik Samsom vindt plaats in Café Van Buuren in Leiden. Hier heeft hij meestal zijn duurzame afspraken. Want dichtbij het treinstation. En niet ver van zijn huis. Samsom heeft ook nog een ander café waar hij geregeld afspreekt. Eentje nabij een parkeergarage, voor de auto-mensen.

Je hebt de afgelopen maanden de klimaattafel Gebouwde Omgeving geleid, een van de vijf klimaattafels waarvan de uitkomsten worden vastgesteld in het klimaatakkoord voor Nederland. Je komt zelf niet uit de vastgoedwereld. Hoe was dat, met al die duurzame bouwers aan tafel?

Dat viel reuze mee. Zowel in aantal als in mentaliteit. Het zijn stuk voor stuk mensen van goede wil. Er zaten natuurlijk niet alleen bouwers aan tafel, maar ook veel andere groepen. Woningcorporaties, banken, zorgsector, scholen, brancheorganisaties… Man, het was een Poolse landdag. Maar in de goede zin van het woord hoor. In die zin dat er veel mensen aan tafel zaten, maar dat er ook veel is gebeurd.

Er werd vaak gesproken over klimaatonderhandelingen. Maar dat woord ‘onderhandelingen’ suggereert grote belangentegenstellingen. Eigenlijk was dat aan mijn tafel helemaal niet het geval. Daarom zijn we ook ver gekomen. Natuurlijk had iedereen zo zijn eigen invalshoek. Maar gezamenlijk hadden we hetzelfde doel. Ik heb zelden een proces meegemaakt, met zo’n breed geschakeerde groep, waarin de belangenverschillen zo klein waren.

 

 

Schermafbeelding-2018-09-17-om-13.01.28

De uitkomsten zijn deze zomer bekendgemaakt. Wat is volgens jou de grootste winst voor de utiliteitsbouw?

De ambitieuze norm die we hebben neergelegd, dat is ons belangrijkste winstpunt. We hebben de afgelopen jaren flink zitten aarzelen met die normering. Voor kantoren is er nu het verplichte energielabel C in 2023. Maar eigenlijk is het een hopeloos ding, dat energielabel. Bovendien is het een waardeloze ambitie als ik het plat mag zeggen.

We hebben daarom gezegd: die norm moet strenger, breder en effectiever. Onder de motorkap gaat er de komende tijd van alles gebeuren. We houden het energielabel als etiket, maar in de onderliggende rekenmethodiek gaan we kiloWattuur per vierkante meter hanteren. We gaan dus meer kijken naar het werkelijke energiegebruik. Dat is veel verstandiger. Dat heeft ook veel meer waarde in de realiteit. Die nieuwe norm komt er in 2020. Tot die tijd gaan we kijken wat er allemaal aan gebouwen staat in Nederland, hoe die presteren en wat een strenge norm is die recht doet aan de ambitie om 50% te reduceren in 2035.

 

Maar eerst dus die energielabelverplichting in 2023.

Die gaan we waarschijnlijk overslaan. De regering staat nu voor een keuze. We kunnen ‘m als stempelpost vasthouden. Of we kunnen de stip verder zetten, naar energielabel A + in 2030. 2023 ligt ook best dichtbij. Er zijn veel kantoren die nu voor een jaar of tien zijn verhuurd. Daar loop je niet zomaar naar binnen voor een duurzame verbouwing. Je hebt dus een voordeel als je de datum naar achteren schuift en de lat hoger legt.

Om de gebouwde omgeving Paris Proof te maken, dus te laten voldoen aan de klimaatdoelstellingen, wordt nu een maximum energieverbruik van 50 kWh per vierkante meter voorgesteld.

Dat is inderdaad een getal dat boven de markt zweeft, een haast magisch getal. Prima hoor, die 50, maar kantoren kunnen naar 22. Nieuwbouw dan hè. Sowieso zal de norm per sector gaan verschillen. Kantoren kun je over het algemeen wat strenger normeren, die zitten wat beter in elkaar dan bedrijfshallen of scholen, die zijn over het algemeen heel slecht, helaas.
Maar laten we afwachten wat we aan gebouwdata ophalen.

Het lijkt een heftige opdracht, de gebouwde omgeving Paris Proof maken. We hebben 8.000.000 (!!) gebouwen in Nederland.

De gebouwde omgeving is niet de sector waar de meeste megatonnen moeten worden bespaard, maar wel een sector met veel maatschappelijke impact. Uiteindelijk gaan we voldoen aan onze opdracht om 3,4 megaton te reduceren, daar ben ik van overtuigd. Iedereen roept: het is vreselijk, dramatisch. Maar ik zie het meer als een gestage verbouwing.

En ja, we hebben nog maar 8.000 werkdagen tot de deadline in 2030. Dat betekent dat we iedere dag 1.000 gebouwen moeten verduurzamen. En we doen er nu 100. Dus we moeten aan de bak. Maar luister, in de jaren 70 bouwden we 1.000 woningen per dag. Hele nieuwe. Het waren weliswaar de slechtste woningen die we ooit hebben neergezet. Maar we hadden ook haast. Nu zijn we meer dan 50 jaar verder. Dat kunnen we toch wel beter? En we hebben nog twee decennia.

008-kopie

Waar zit de grootste uitdaging?

Niet in de regelgeving. Dat heb ik gedaan, da’s niet zo moeilijk. De uitdaging is de uitvoering. Wie verzint er concepten waarmee veel sneller en met minder gedoe gebouwen kunnen worden geïsoleerd? Die innovatie moet nog veel harder dan nu. Als ik al ergens een beetje bezorgd over ben, dan is het over dat. Ik zie prachtige voorbeelden, maar ik zie het nog niet hard genoeg gaan.

Niet voor niets heb ik bouwbedrijf Dijkstra Draisma aan mijn klimaattafel gevraagd. Dit is een van de meest innovatieve bouwbedrijven van Nederland. Zij verduurzamen gebouwen op basis van een foto die gemaakt is met een iPhone. Die foto lezen ze met hun software tot op de micrometer uit, en daar wordt door de computer een isolerende gevel van gemaakt. Die vervolgens in een keer tegen het gebouw wordt aangezet. Dat is vernieuwing waar ik blij van word.

Techniek dus…

Niet alleen. We moeten ons realiseren dat het mensenwerk is. 90% van de opgave gaat over mensen. Met hun nukken, hun humeuren, hun wensen en behoeften. De meeste mensen vinden hun leven al heel complex nog zonder klimaatpraatjes. Dan komt de gemeente langs en die zegt: u moet van het gas af. Val een ander daarmee lastig. Ik ben met mijn leven bezig. Met een particuliere woningeigenaar moeten we voorzichtig zijn. Zijn woning is zijn kasteel, zijn veilige thuis. Daar moet je oppassen met al te ruige ingrepen. Met ‘u moet’ en ‘u zult’.

Bij kantoren ben ik minder voorzichtig. Dat zijn professionele eigenaren, beleggers. Daartegen mag je zeggen: alles goed en wel, we zijn professionals, dus in 2030 verbruikt uw kantoor niet meer dan zoveel kWu per vierkante meter per jaar. En anders gaat-ie dicht. Klaar. We stellen trouwens ook allerlei andere eisen aan kantoren: de ramen mogen er niet uitvallen, het moet er brandveilig zijn… Waarom dan geen eisen aan duurzaamheid?

Wat is de rol van duurzame koplopers in de sector?

In een sector heb je altijd koplopers nodig. Dat zijn partijen die net wat meer ruimte en geluk hebben om voorop te lopen. Die vind je in de achterban van Dutch Green Building Council. Die heb je nodig om andere partijen op sleeptouw te nemen. Veel meer dan ik als beleidsmaker, niet betrokken in de sector. Ik ga niet roepen hoe het allemaal moet. Dat werkt niet. Vergelijk maar. Als je gemeente jou gaat sommeren zonnepanelen op je dak te leggen, dan heeft dat waarschijnlijk niet veel effect. Maar als je buurman dat zegt, en hij zegt erbij dat-ie er ook nog eens geld mee verdient, dan denk je: jeetje, ik ga het ook eens proberen.

Er zijn gebouweigenaren die hun hele portefeuille al tot energielabel A ++ hebben verduurzaamd. Omdat ze denken, daar zit een comparatief voordeel in. Als anderen dat zien, dan helpt dat. Maar de duurzame koplopers moeten zich wel kunnen inleven in partijen die nog een paar stappen moeten zetten. Dus dat inspireren moet niet in de sfeer van: kijk eens hoe goed wij zijn. Dat helpt niet om de achterblijvers te overtuigen. Je moet zeggen: kijk eens wat een kansen hier liggen.

Zoals je aangaf, het is nu de rust van de wedstrijd. Maar voor het eind van het jaar moet er een definitief klimaatakkoord liggen. Wat zijn de volgende stappen?

Het maken van zo’n norm. Dat vraagt veel tijd en ervaring. Daar heb je mensen bij nodig die veel weten over installaties in een gebouw. Die zitten bij DGBC. Ik ben tot het einde van het jaar besteld om dat proces verder te begeleiden. En om het verder uit te werken.

Gaan we ook die deadline halen?

Ik ben een deadline-junkie.

DGBC Magazine Toekomstbouwers

De DuurzaamheidsRapporteurs schreven dit interview voor het magazine Toekomstbouwers van Dutch Green Building Council. Dit magazine is vorige week verschenen ter gelegenheid van de Dutch Green Building Week die eind september wordt gehouden. De foto’s zijn gemaakt door Robert Tjalondo.