Tijdens de Dag van de Duurzaamheid maken de DuurzaamheidsRapporteurs een duurzaam toertje door Zuid-Holland. Vanavond zijn we bij een eerlijk en duurzaam diner in Gouda. En daarvoor vertellen we in de Hoeksche Waard een verhaal over duurzaamheidsretoriek en stakeholderbetrokkenheid. Lees hieronder alvast ons verhaal.

Dames en heren...

Dames en heren. Het is de Dag van de Duurzaamheid. Dat is de dag dat de groene elite met opgeheven vinger aan de wereld vertelt dat het allemaal sneller, groener en anders moet. In zalen en zaaltjes verspreid over Nederland wordt fanatiek geïnspireerd tijdens Powerpoint-presentaties.

Die groene elite, dat is een sector op zich. Een bubble. Wij van de De DuurzaamheidsRapporteurs horen niet echt bij de groene elite. Een beetje misschien, want we maken mvo-beleid voor bedrijven, we schrijven veel over duurzaamheid en we zijn specialist in jaarverslaggeving. Maar we zijn net niet activistisch genoeg. Soms vinden we dat wel jammer, want het is altijd prettig om tot een groep te behoren. Dezelfde passie te delen. En bevestiging te krijgen voor de dingen die je doet. Om dat groepsgevoel toch af en toe te hebben, zitten we wel eens bij presentaties van duurzame koplopers. Die zitten vol met typische duurzaamheidszinnetjes. Duurzaamheidsjargon. Met die zinnetjes proberen ze u ervan te overtuigen ook groen te gaan ondernemen. En belemmeringen voor u weg te nemen.

Duurzaamheidszinnetjes

We kennen deze zinnetjes zo langzamerhand. We zullen ze met u delen, zodat u ook weet wanneer u een groene presentatie bijwoont. Laten we er een spreekbeurt van een directeur van een superinnovatieve bouwgigant bij nemen. En laten we hem Frits Verstraten noemen.

Frits bouwt gebouwen. Complete circulaire gebouwen. Hele circulaire bedrijventerreinen zet-ie neer. Met gebruikte materialen, nul uitstoot, triple glas, zonnepanelen, warmtepompen, goed voor de gezondheid van medewerkers. En het ziet er ook nog eens geweldig uit. Doet Frits voor je. Iedere multinationals wil zo’n kantoor van Frits. Nike, Philips, Price Waterhouse Coopers. Innovatief toch? Het kan! Frits laat het zien. En dan zegt Frits het eerste duurzaamheidszinnetje: ‘het is dus geen technisch probleem.’

Koplopers zoals Frits

Dan volgt het tweede duurzaamheidszinnetje: “Geld is er genoeg.” Geld is er in overvloed, zegt Frits vervolgens tegen u. Het klotst tegen de plinten. De economie draait op volle toeren. Als we dat geld nou eens massaal aan duurzaamheid zouden besteden, mijmert Frits.

Maar het gebeurt niet. Opvallend, vindt Frits. Als geld en techniek het probleem niet zijn, wat is het dan wel? Dan komt het derde zinnetje: “Het gaat om een mindset.” Onze manier van denken. Die moet veranderen. Duurzaamheid is een sociaal probleem. Het zit tussen de oren van de mensen. Daarom bestaan er mensen zoals Frits. Koplopers. Zij moeten het verhaal vertellen, en u inspireren. Zodat u Frits volgt. Ook al ligt Frits mijlenver voor.

Frits waarschuwt de wereld voor de laatste maal

Volgende duurzaamheidszinnetje: “We hebben lang genoeg gepraat.”
Frits hekelt de politiek. En het gepolder. Typisch Nederlands. We bungelen onderaan de lijstjes. En we blijven maar praten en vergaderen. Nee, dan China. Die nemen pas besluiten. Daar ligt binnen de kortste keren het hele land vol zonnepanelen. En geen Chinees die tegensputtert.

Nog eentje: “We moeten nu echt aan de slag.” Ook een typisch duurzaamheidszinnetje.
Frits Verstraten waarschuwt de wereld voor de laatste maal. Hij is ongeduldig, met zijn opgestroopte mouwen. Hier, hij laat u een grafiek zien met de temperatuurstijging van de afgelopen jaren. En hop, ook wat plaatjes zien van overstromingen en vluchtelingen. Allemaal door de opwarming van de aarde. Wist u niet? Frits wel.

Dan volgt de ultieme afsluiter: “We moeten het samen doen.”
Samen kunnen we grote stappen zetten. Gezamenlijk kunnen we meer bereiken, synergie, win-win. Een plus een is drie. We moeten het samen doen.

Een opgeheven vingertje

Feitelijk klopt het allemaal wel, die woorden van Frits. Maar duurzaamheid krijgt door deze manier van retoriek vaak iets stichtelijks. Een opgeheven vingertje. U zult en u moet. De verheven groene elite die de wereld erop wijst dat u het verkeerd doet. Dat u het anders moet doen. Want anders maakt u de wereld kapot. En laat u uw kinderen met een opgegeten aarde zitten. En dat terwijl u, hopelijk, toch al jaren tamelijk succesvol aan het ondernemen bent. En hard werkt.

De anderere kant van het verhaal

Naast het bijwonen van presentaties van de groene elite, zitten we ook aan tafel bij een directeur van een familiebedrijf in draadweerstanden in Vlaardingen, een vastgoedondernemer uit Rotterdam, een onderneming in ammoniak uit Schiedam, een bedrijfje uit de Botlek die doet in aluminiumplaten en misschien binnenkort ook wel bij een installatiebedrijf uit Mijnsheerenland.

Daar komen we liever niet aan met stichtelijke woorden: u moet, u zult. Bij deze bedrijven is techniek soms nog wel een probleem. Daar is er niet altijd geld genoeg voor groene innovatie. En weet de directeur van de draadweerstandenfirma heus wel dat-ie aan de slag moet met duurzaamheid. Maar hij moet ook draadweerstanden maken, en wel binnen een week, want dat heeft hij afgesproken met zijn opdrachtgever. Laat hij die opdrachtgever zitten, dan raakt het zijn business. Direct.

Kletsen en kleine stappen vooruit

Duurzaamheid begint bij deze brede groep aan ondernemers met kleine stapjes vooruit. En soms zelfs eentje terug. Het begint voor ons met kletsen met de directeur over wat hij of zij vindt van duurzaamheid. En misschien nog wel belangrijker: praten met verschillende stakeholders, de klanten, leveranciers van de organisatie. Om te vragen wat zij verwachten van het bedrijf. En of ze dingen anders en beter willen.

Het loont om die gesprekken te voeren. En vooral om dit op te schrijven. Voorzichtig, en eerlijk. In een duurzaamheidsverslag. Of in een beleidsdocument. Vaak zetten die gesprekken met stakeholders aan om kleine stapjes te nemen. Op het gebied van je eigen bedrijfsvoering, het gebouw, het personeel, eerlijk handelen, energie besparen en ga zo maar door. Of kom je erachter dat je je klanten al goed op weg helpt met duurzaamheid, door je producten en diensten bijvoorbeeld. Alleen vergeet je het te vertellen. Waardoor je ook vergeet het verder te verbeteren.

Aan tafel hangen

Daarna ga je misschien ook wel nadenken over het vergroenen van je producten en diensten. En plaats je je bedrijf in een breder maatschappelijk perspectief. Wat betekent jouw organisatie voor de lokale samenleving, hier in de Hoeksche Waard? En breder, voor Nederland. Of helemaal gek, in het licht van de mondiale duurzame doelen, de sustainable development goals. Zo’n ontwikkeling in de manier van denken is goed om te doen, noodzakelijk ook, maar vooral leuk. Zeker als je merkt dat het effect heeft. En ook mooi, er komt geen opgeheven vinger aan te pas.

We staan deze middag aan een tafeltje, met een selectie van onze jaarverslagen en onze publicaties. Vaak tot stand gekomen met hulp van stakeholders. We zijn benieuwd naar de laatste keer dat u met uw achterban heeft gepraat: met uw klanten, leveranciers, omwonenden, belangenclubs, gemeente enzovoorts. En we zijn vooral benieuwd waar dat toe heeft geleid? Komt u even aan onze statafel hangen?