ENGIE, ABB, Technische Unie en Legrand zijn de uitdaging aangegaan om in 150 dagen een circulair product te ontwikkelen dat binnen twee jaar op de markt kan worden gebracht. Zij namen deel aan Living Lab Bouwstof van initiatiefnemers ENGIE en BlueCity. Onlangs presenteerden de deelnemers hun eerste prototypes in circulaire hub BlueCity in Rotterdam: circulaire noodverlichting en elektrische infrastructuur ‘as a service’. De DuurzaamheidsRapporteurs zorgden er met een serie artikelen voor dat de opgedane kennis werd verspreid. 

 

Zo schreven we verschillende publicaties voor onder andere Duurzaam Gebouwd en Duurzaam Bedrijfsleven. Ook interviewden we de deelnemers van de verschillende bedrijven. Die verspreidden het circulaire nieuws via hun eigen websites, bijvoorbeeld op die van BlueCity of ABB.

De initiatiefnemers

Bart van der Zande van BlueCity en Simone van Tongeren van ENGIE hebben het traject begeleid. Van der Zande: “Er wordt veel over de circulaire economie gesproken, maar met dit Living Lab Bouwstof kunnen we er ook met grote partijen daadwerkelijk mee aan de slag.” Van Tongeren vertelt over de oorsprong van het Living Lab: “We merken dat klanten steeds vaker naar circulaire dienstverlening vragen. Door slim samen te werken met onze ketenpartners kunnen we aan die vraag voldoen.”

Circulaire noodverlichting en busbars

In het Living Lab Bouwstof namen twee teams deel. ENGIE, ABB en Technische Unie ontwikkelden circulaire noodverlichting. Legrand koos ervoor om een circulaire propositie te ontwikkelen voor een zogenaamde busbar, die zorgt voor de elektrische infrastructuur in gebouwen: ‘Power infrastructure as a service’.

Strategische sessies en designsprints

Het Living Lab Bouwstof startte met een strategische sessie met daarbij de directies van de betrokken organisaties aan tafel. Dit met het doel om het nodige draagvlak te creëren voor de circulaire ideeën, ook voor de lange termijn. In designsprints van een week werkten de teams hun productideeën verder uit tot prototypes. Deze prototypes werden ook gelijk aan potentiële klanten voorgelegd. En daarna doorontwikkeld om uiteindelijk afgelopen maandag in BlueCity op het podium gedeeld te worden.

‘As a service’

De beide teams kozen ervoor de producten aan te bieden ‘as a service’. De producten blijven eigendom van de ontwikkelaar, de logistieke partner en technisch dienstverlener. Zij zorgen voor de levering, de installatie, het onderhoud en de retourstromen. De klant wordt zo niet geconfronteerd met hoge aanschafkosten of onvoorzien onderhoud.

Demontabele producteigenschappen

Het demontabele karakter van zowel de busbar als de noodverlichting maakt dat ze zich goed lenen voor een circulaire propositie. Voor de aanbieders betekent het een kans om zorgvuldiger met materialen en grondstoffen om te gaan door elementen te hergebruiken, op te knappen of te recyclen.

Circulaire businessmodellen

“De beide teams zijn enthousiast aan de slag gegaan met alle elementen van circulariteit”, zegt Van der Zande. Uiteraard zonder de businesscase uit het oog te verliezen. Die lijkt voor beide producten gunstig. Binnen dat businessmodel verlengen ze de levensduur van hun producten, hergebruiken ze het product in zijn geheel of componenten ervan, gaan ze slimmer om met het onderhoud én zorgen ze uiteindelijk voor de recycling van hetgeen dat overblijft. Zo besparen ze enorme hoeveelheden grondstoffen en energie. “Maar misschien ben ik wel het meest optimistisch over het feit dat in de organisaties al snel duidelijk wordt dat circulariteit op veel meer, zo niet alle, producten kan worden toegepast als het op deze proposities eenmaal werkt”, aldus Bart van der Zande.

 

Nu naar de markt

Met de presentatie van de beide producten op het event van BlueCity zit de eerste fase erop voor ENGIE, ABB, Technische Unie en Legrand. Simone van Tongeren van ENGIE: “Het is nu zaak de producten ook verder te ontwikkelen zodat ze daadwerkelijk op de markt komen.” Bart van der Zande en Van Tongeren zien uit naar de volgende edities van het Living Lab Bouwstof. “Deze manier van werken brengt mensen in organisaties echt in beweging en leidt ook daadwerkelijk tot een propositie die de markt op kan, en dat is keihard nodig.”